“Helpen bij verlies en verdriet” van Manu Keirse

“Zoveel soorten van verdriet,…” 
          en hoe daar mee om te gaan…

Reflecties van een lezer bij het boek “Helpen bij verlies en verdriet” van Manu Keirse

Jos, mijn schoonbroer, is een flink gebouwde, goedlachse man van 59: een uit de kluiten gewassen teddybeer.  Hij heeft nog meer gemeen met zo’n knuffel: hij luistert wel maar zegt nauwelijks iets, hij observeert het leven vanuit zijn vaste hoek maar komt zelden tussenbeide.   Let wel: hij lééft wel degelijk: de hele dag knipt hij foto’s van BV’s uit “de boekskes” en kleeft er de ene map na de andere mee vol: de producent van Pritt mag hem dankbaar zijn.
In het verbaal geweld van een gezin met 10 kinderen had Jos geen stem.   Het hoéfde ook niet: ma was zijn stem.    Stelde je aan Jos een vraag, dan keek hij indringend naar ma en ma antwoordde.   Méér nog: ma plande alles voor hem, ma loodste hem heelhuids door alle gezinsgedruis, ma nam alle beslissingen voor haar rekening.
Vier jaar geleden overleed ma.  Broers en zussen overlegden met elkaar over de begrafenis en Jos zat erbij als zwijgende toehoorder aan wie niets gevraagd werd.   Wat zou hij wel inbrengen?....  Tot Jos - tot ieders verbazing – bij de begroeting in de kerk uit eigen beweging zijn plaats innam in de rij van broers en zussen.   Plots was hij niet enkel meer de broer met een beperking maar werd hij de zoon die rouwde.   En rouwen deed Jos ook nadien op zijn heel eigen manier.   In het tehuis kon hij terecht bij Hilde, zijn opvoedster en tweede moeder, die als hij weende samen met hem een kaarsje brandde.   En opvoeder Pol reed met hem soms langs het ouderlijk huis:  had Jos bij zulke gelegenheid door even in de tuin te kijken op zijn unieke manier een helend contact met ma?...
In het boek van Manu Keirse “Helpen bij verlies en verdriet” greep ik spontaan vanuit een vorm van herkenning eerst naar hoofdstuk 11 onder de titel “Het verdriet van personen met speciale noden”.  De lectuur van dat hoofdstuk confronteerde mij opnieuw met onze onwetendheid over het onuitgesproken verdriet van Jos bij het overlijden van ma en met onze onhandigheid in het omgaan met zijn verlies.   Die ervaring van tekortschieten bracht mij in her-innering hoe elke persoon vanuit zijn specifieke context op een heel eigen manier verdriet en rouw beleeft en hoe bevrijdend het kan zijn je daarin te verdiepen.
Even verdere blik in de inhoudstafel maakte mij ervan bewust met hoeveel verschillende situaties van verlies je kan geconfronteerd worden.    Het voeren van gesprekken rond zelfdoding staat binnen VTO noodgedwongen én gelukkig maar vaak op het menu.   Maar heb ik ooit bewust stilgestaan bij wat nabestaanden meemaken als een familielid op gewelddadige manier om het leven komt (hfdst. 20) of blijvend vermist wordt (hfdst. 20) of bij een situatie als “het verdriet van asielzoekers” (hfdst. 12)?  Besef hebben hoe breed het spectrum van verlies en gemis kan zijn in een mensenleven maakt mij alvast alerter aan de telefoon.   Als ik weet heb van het register aan gevoelens dat ermee gepaard gaat, zal ik ze in een telefoongesprek sneller detecteren, ze kunnen herkennen achter een verhaal en waar het opportuun is, ze ook kunnen benoemen.
Wat verlies met een mens doet, wat het fysiek en innerlijk kan aanrichten, hoe je met eerbied en empathie rouwenden nabij kan zijn, welke rol rituelen kunnen spelen,…. het zijn evenzoveel thema’s die in het boek eveneens worden aangeraakt.   Inhoudelijk leiden ze soms tot het opfrissen van wat je impliciet weet, soms bevestigen ze wat je met je gezond verstand vermoedt, soms delft het vastgeroeste cliché’s op uit de vergeethoek en haalt ze onderuit.   Je merkt het: geen boek om van a tot z te lezen maar eerder een naslagwerk bij vragen of twijfel.
En… hoe gaat het nog met Jos?...
Jos is in juli onder streng medisch toezicht teruggebracht uit vakantie in Oostenrijk na enkele zware epileptische aanvallen.   Bij zijn revalidatie in het ziekenhuis doemt steeds meer het scenario op dat hij in zijn vertrouwde instelling niet zal kunnen blijven omdat hij voortaan meer zorgen nodig heeft.   Opnieuw een “thuis” die hij dreigt te verliezen.   Met dit perspectief in het achterhoofd heb ik met grote aandacht  het einde van hoofdstuk 11 gelezen over grote veranderingen in de levenscontext van mensen met een verstandelijke beperking.   Ik zal er mij alvast voor hoeden naar Jos toe goedbedoeld  het cliché te gebruiken: “Je mag nu gaan wonen in een mooi huis…”

Jef Schoenaerts
september 2017

Manu Keirse  –  Helpen bij verlies en verdriet.  Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Lannoo, 2017

Vertel het verder: