In memoriam Ulrich Libbrecht

Op 15 mei 2017 overleed op 88-jarige leeftijd de filosoof Ulrich Libbrecht.

Dit ‘in memoriam’ is een ingekorte versie van de toespraak, uitgesproken tijdens de begrafenis door Els Janssens, voorzitster van het Libbrechtgenootschap.

Klik hier voor een printvriendelijke versie
In memoriam Ulrich Libbrecht

 

De zin van het leven was voor Ulrich Libbrecht dat wat je doet, waar je je voor inzet, wat je maakt van het leven met wat jij als unieke mens aan talenten hebt. ‘Een mens moet van dit leven iets goeds maken en niet altijd uitkijken naar een beloning – het leven zelf is de mooiste beloning.’ Ieder leven verlegt een steen in de rivier en nooit meer zal de rivier dezelfde zijn.

En dat heeft hij gedaan. Binnen de filosofie heeft hij een uniek denkkader ontwikkeld waarin hij bruggen bouwt tussen verschillende levensbeschouwingen. Maar ook in de harten en in het denken van ontzettend veel mensen heeft hij een steen verlegd, of beter, een opening gemaakt langs waar het water vrijer kon stromen. Wat moeten we dan doen? Dat wat jouw bevel des hemels  je ingeeft. Er zal op deze aarde nooit meer een mens zijn als jij. Het is onze opdracht om de unieke mens die we zijn ten volle te ontplooien.  Wat jij als mogelijkheden meekrijgt, is de gave. Wat je ervan maakt, is de opgave.

De zin van het leven is dat wat je doet, datgene waar je je voor inzet,
wat je maakt van het leven met wat jij als unieke mens aan talenten hebt.
“Een mens moet van dit leven iets goeds maken
en niet altijd uitkijken naar een beloning – het leven zelf is de mooiste beloning.”

“Wenn du der Träumer bist, bin ich dein Traum“ citeert hij vaak zijn lievelingsdichter Rainer Maria Rilke ‘Als jij de dromer bent, ben ik jouw droom.’ Hij zag zichzelf als een deel van het heelal waarin het creatieve proces zich verder zette. De kosmische energie droomde in hem, creëerde nieuwe ideeën, interpretaties en denkbeelden en hij realiseerde ze, schreef ze op, werkte met een bijna onvermoeibare ijver om alles wat er in zijn geest ontstond uit te werken. Zijn opus magnum, de Inleiding comparatieve filosofie getuigt hiervan: 2139 bladzijden met meer dan 7000 voetnoten. Hij was een nauwkeurige werker, een vorser die bronnen uit de ganse wereld samenbracht. Maar hij zorgde er ook voor dat hij het op een begrijpelijke manier kon uitleggen. Hij deelde zijn kennis in toegankelijke boeken met uit het leven gegrepen voorbeelden, met wijsheid en humor, ‘Een glimlach uit het Oosten’. 

Een kritisch rationalist stelt alles in vraag, ook de rationaliteit zelf.
Denken en zoeken is in wisselwerking met voelen en ontvangen.

Hij noemde zichzelf een kritische rationalist. Hij was een echte vrije denker, durfde alles in vraag stellen, ook de rationaliteit zelf. Denken en zoeken was altijd in wisselwerking met voelen en ontvangen. Hij was een ontroerbare mens en hechtte hier veel waarde aan. “Mir is alles Wunder” was zijn grondstemming: de onpeilbare sterren, wiens licht in stilte duizenden lichtjaren afleggen vooraleer ze ons bereiken en daartegenover de kleine anemonen in het lentebos; de zang van een vogel; het prachtige landschap van de Vlaamse Ardennen dat zich als een groen glooiend laken rond de aarde plooit; het wonder van de groenten die in zijn tuin uit kleine zaadjes wonderlijk groeiden; ... Hij was een filosoof met de voeten in de aarde. 

En daarnaast was hij een wereldburger. Hij zag het als zijn opdracht om de manier waarop men in andere culturen denkt, echt te begrijpen en ervan te leren. Hij zocht naar een verzoening tussen religies en tussen zij die een religie hebben en zij die er geen hebben. Religie zag hij als re-ligare: her-verbinden met de andere, met de natuur, met ons diepste zelf, met het grote Mysterie. Hoe je dit Mysterie dan noemt, dat doet er niet toe. Het gaat om het diep geraakt worden door het Mysterie waarin we leven en dat we zelf zijn. Hij zag dit als de mystieke kern die in iedere religie aanwezig is en van waaruit religies elkaar kunnen ontmoeten.

Voor hem zijn wij allemaal golven die opdoemen uit de zee en weer verdwijnen in de diepte. De diepte is het Mysterie, dat wat we niet met ons verstand kunnen vatten, de grond van waaruit alles voortkomt, je kan dit God noemen of Leegte, of Manitoe. Voor hem was het de Energie die in alles als een goddelijke kracht aanwezig is en die maakt dat we in essentie één zijn. De bloemen, de dieren, de mensen, de planeten, … we zijn allemaal wonderlijke manifestaties binnen de grote kosmische stroom van energie. Dat besef van eenheid zou ons moeten verlossen van ons egoïsme. We zijn geen aparte los te knippen golfjes, we gaan in elkaar over. Als ik mijn golf vervuil, besmeur ik ook de golven rondom mij en eigenlijk de totale zee. 

                                                      Hoe je het mysterie noemt, doet er niet toe.
Het gaat om het diep geraakt worden
       door het mysterie waarin we leven en dat we zelf zijn. 

De golf van Ulrich Libbrecht was een grote golf die veel andere golven voortgestuwd heeft. Zijn zichtbare golf verdwijnt in de diepte en keert terug naar de eenheid van het water. Maar zijn kracht werkt verder in de andere golven, in de vele initiatieven die hij opgestart heeft en in de mensen die hij hiervoor enthousiast maakte. Vanuit de filosofie denk ik vooral aan de School voor Comparatieve Filosofie Antwerpen die hij in 1989 oprichtte en die nog steeds een succes is, aan de vele lezingen die hij in heel Vlaanderen en Nederland gaf en aan het 30-tal boeken dat hij geschreven heeft. In zijn laatste boek, bij leven verschenen, ‘Filosofie zonder grenzen’ droomt hij van ‘de nieuwe mens’:

‘De emotionele verlichting is volledig afhankelijk van de emotionele opvoeding of van zelftraining. We moeten onze gevoelens verfijnen om dit proces te kunnen opstarten. Het resultaat zal een ‘nieuwe mens’ zijn, en op zeer lange termijn een nieuwe beschaving; net zoals de rationele verlichting de kritische rationalist voortbracht en daaruit de wetenschap en technologie volgden, zo zal de emotionele verlichting de gevoelige mens voortbrengen, de zachtmoedige en goedhartige ... de mens die maitri (liefde) en karuna (mededogen) in de wereld brengt, niet slechts voor de mensheid maar voor de hele kosmos. Het zal tezelfdertijd het einde betekenen van onwaardig gedrag zoals oorlogvoering, economische uitbuiting, politieke dominantie, in één woord: van de ego-intentionele conflictmodellen.’

Libbrecht eindigde veel van zijn boeken met een afscheidswoord, alsof hij wou vermijden dat iets niet meer zou gezegd kunnen worden. ‘Met dank aan het leven’:

‘Ik ben dankbaar dat ik dit avontuur heb mogen meemaken.  Ik ben, zoals ieder mens, veel dank verschuldigd aan allen die mij hebben gesteund en soms begrepen.  Ik dank mijn vrouw, die niet heeft begrepen wat ik doe, maar wel  dat ik het doe en die oneindig geduld heeft gehad met deze ‘geestelijk afwezige’, die bovendien ook aan selectieve doofheid leed.  Ik dank mijn kinderen en kleinkinderen voor wie die vreemde vader misschien een enigma was, maar ik heb hen nooit op het hart gezeten: ieder mens moet zijn eigen horizont bepalen.  Ik dank de vrienden die me hebben gesteund bij mijn werk, die – op een paar uitzonderingen na – niet altijd begrepen hebben wat er in mij omging, maar toch met schroom mijn dromen hebben aangehoord. Ik dank de mooie streek waarin ik heb gewoond en waarin ik wil begraven worden. Ik dank het landschap van mijn dromen waar mijn gevoelens een thuis hebben gevonden. Ik dank ook het wondere Mysterie waarin ik heb geademd.’

Meer info:

http://www.libbrechtgenootschap.org/     (site in opbouw)

www.ulrichlibbrecht.com

Vertel het verder: