Brood van kwetsuren en wijn van vreugde

Als priester ben ik vanaf het begin op zoek geweest om de eucharistievieringen op school voor de leerlingen toegankelijker te maken. Zo kwamen we met een tweetal collega's priester tot de stichting van Jonge Kerk Roeselare. We zijn 25 jaar lang elke zaterdagavond samengekomen om te experimenteren. Mijn volgende benoeming was in de hogeschool in Brugge. Ook hier zijn we met een Jonge Kerk gestart. Zij viert straks haar dertig jaar bestaan.

Het is dus met enige ervaring dat we tien jaar geleden met De Lier begonnen zijn. Ik mag in De Lier als zeventigjarige priester één van de voorgangers zijn in de eucharistie. Ik doe dat in een beurtrol met andere mannen en vrouwen. Zo is elke zondagmorgen voor mij een droom, zoals die door Jezus bedoeld is. We hebben de gemeenschapsdimensie sterk beklemtoond door in een kring te vieren waar iedereen elkaar kan zien. We hebben het offerkarakter dank zij de liederen van Oosterhuis uit de instellingswoorden gebannen. Naar het model van Jozef in Egypte bieden we brood maar ook genezing aan voor de genodigden. Op het moment waar vroeger de offerande kwam in de eucharistie, breken nu de aanwezigen brood als ze een kwetsuur te verwerken hebben of schenken ze wijn als vreugde hen vervult. Zo betrap ik er mij op dat ik op zondagavond al het gehoorde als een litanie nog eens mediterend overloop. We beperken ons tot één lezing uit de H. Schrift, gevolgd door een toespraak. De vieringen zijn thematisch opgebouwd in cycli van twee of drie vieringen. Een beperkt koor repeteert de liederen voor de viering.  

Ik voel me gedragen door de gemeenschap omdat het plechtige, formele ritueel tot het minimum herleid is. Religie betekent voor mij 'de mens heeft God nodig'. Geloven betekent voor mij 'God heeft de mens nodig. Dank zij dat onderscheid tussen religie en bijbels geloof is het voor mij mogelijk de ballast van eeuwen overboord te gooien. De sacrale stilte ervaar ik functioneel. Op elk moment mag de stilte verbroken worden om te reageren op een onverwacht voorval. Van bij het begin van de viering is er interactie. Na het aansteken van de Paaskaars kan wie wil een klein kaarsje aansteken voor een concrete overledene. En zoals ik al vertelde, ook bij de offerande kan iedereen tussenkomen. Dat gebeurt evenzeer na de communie bij de voorbeden.

Na de viering blijven mensen spontaan napraten over het gehoorde en het beleefde.

 

 

 

Vertel het verder: