Overslaan en naar de inhoud gaan

De synode over het gezin en de omgekeerde piramide

De synode - de kerk op haar kop?

‘Humanae vitae’ is niet herroepen en ‘onnatuurlijke’ anticonceptie blijft ongeoorloofd, echtgescheidenen die met een nieuwe partner samenleven of burgerlijk huwen zijn nog altijd niet toegelaten tot de communie, homokoppels mogen hun seksualiteit niet metterdaad beleven en zeker niet ‘huwen’. En uiteraard - het ging over het gezin - kwamen de discriminatie van vrouwen, de positie van ‘de leken’, de differentiatie van het ambt en de openstelling ervan voor gehuwden en vrouwen, de mensenrechten in de kerk niet ter sprake.
Geen enkele doctrinaire regel werd gewijzigd. In de lijn van Franciscus’ werd ‘Barmhartigheid!’ het motto. 

Was die synode dan een slag in het water?

We zouden het Johan Bonny kunnen vragen. Vóór de eerste zitting van de synode, vorig jaar, publiceerde hij een heldere en moedige tekst over de hete hangijzers. Hij zei er ondermeer dat doctrinaire en pastorale problemen niet van elkaar konden worden losgekoppeld. Heeft de synode niet net dat - loskoppelen -  gedaan? De klemtoon op barmhartigheid heeft het onderliggende conflict weggedoezeld. 
Wat Franciscus met de besluiten zal doen, weten we nog niet. Maar er was zo sterke tegenwind van ‘conservatieven’ dat hij allicht voorzichtig zal zijn.
We mogen hopen dat Johan Bonny - nadat de bisschop van Rome zijn besluit heeft genomen - een even openhartige brief schrijft over de resultaten.
Johan?

Paus Franciscus’ invloed

Franciscus’ authentieke evangelische inspiratie is bewonderenswaardig en zijn invloed was onmiskenbaar. Zijn toespraak bij het begin van deze synode schetste een hoopvol toekomst-beeld. Opnieuw nodigde hij iedereen uit in alle vrijheid te spreken. De bisschoppen ‘mochten’ hun gedacht zeggen. En dat deden ze.
Voor het eerst voelden bisschoppen zich inderdaad vrij om openlijk hun mening te uiten. De vorige synodes, onder Karol Wojtyła, waren o.m. door Jan Schotte (overleden Vlaamse scheu-tist en kardinaal) strak geregisseerde, bijna liturgische samenkomsten waar op voorhand ge-stroomlijnde teksten werden voorgelezen. Discussie was onmogelijk; de tentoongespreide harmonie was een opgelegde fictie. Jozef Ratzingers greep op de doctrinaire ‘eenheid’ was niet minder sterk.
Ook bij zijn toespraak op de jubileumviering van ‘50 jaar bisschoppensynode’ nam Franciscus geen blad voor de mond. Zijn opvattingen over lokale kerken, over de synode als open overleg van alle gedoopten als dragers van de Geest en over zijn eigen ambt (‘sub Petro’, ‘onder’ Petrus is geen beperking van de vrijheid maar een garantie van de eenheid) sluiten aan bij de ‘progressieve’ concilievaders van Vaticanum II. Zo ging hij in tegen de kritiek van conservatieve bisschoppen en kardinalen die de bevraging die in 2014 aan de eerste zitting was voorafgegaan, overbodig hadden gevonden (2).

Dubbelzinnig effect

Men kan dus moeilijk de moed en vastberadenheid van Franciscus overschatten. Zijn herhaal-de, scherpe veroordelingen van ‘letterlijkheid’ en ‘verstarring’ zijn niet mis te verstaan. Hij wil de kerk duidelijk op een synodaal spoor brengen, dichter bij de mensen en hun reële noden, weg van geestdodende doctrine.
Maar, als de hoogste gezagsdrager ‘toelating’ moet geven om vrij te spreken wijst dat op een jarenlang, autoritair en verziekt klimaat van een organisatie. De grote impact van Franciscus is dus op zijn minst dubbelzinnig. De context waarin hij zich bevindt is die van een door en door autoritaire, overmatig gecentraliseerde kerkstructuur, die bovendien juridisch-sacramenteel gesacraliseerd werd. Conservatieve bisschoppen en kardinalen - in grote mate benoemd door Karol Wojtyła -  klampen zich vast aan die ‘orthodoxie’ om hun eigen posities te verdedigen. Zij schrikken er niet voor terug in te gaan tegen de manier waarop de paus leiding geeft aan de kerk (3). 
In die autoritaire context werkt het bevel ‘spreek vrijuit’ zeker ook contradictorisch. Het bevel opvolgen kan de bestaande verhoudingen zowel bevestigen als tegengaan.
Want de normen van de ‘boven - onder’ verhouding zijn decennia lang ingesleten en bij leiding en ‘volk’ geïnterioriseerd. De deur voor ‘de mondige leek’, door Vaticanum II (1965) voorzichtig geopend, is de daarop volgende jaren doctrinair weer dichtgebetonneerd. Zo kreeg kritiek op ‘Humanae vitae’ als antwoord dat de plaatselijke bisschop het nog maar eens heel goed moest uitleggen. Kritische bisschoppen, theologen of ‘leken’ werden gewantrouwd; sommigen werden opzij gezet of ontslagen, anderen kregen schrik en hielden hun mond. Vandaar dat veel bisschoppen inderdaad wachtten tot ze ‘toelating’ kregen om van het Vaticaan en van elkaar open-lijk en metterdaad van mening te verschillen. Hetzelfde geldt allicht voor nogal wat priesters en leken.

Daarom is Franciscus’ beeld van de omgekeerde piramide zo verfrissend. Het is al jaren mijn overtuiging dat ‘het heilige begin’ (hiera archè, ‘ιερα αρχη) van de kerk het Godsvolk zelf is, niet de leiding. Leiding kan alleen dienst zijn aan de doelen van de groep, niets meer, niets minder. Jezus is daar in de evangelies zeer duidelijk over. 
Maar hoe denken de huidige generatie (aarts)bisschoppen en kardinalen daarover? Wie benoemd is op grond van zijn meegaandheid met een autoritair gezag vereenzelvigt zich graag met zijn eigen positie op de hoogste verdieping van de gezagspiramide. Ze hebben bovendien het kerkelijk recht en de officiële sacramententheologie aan hun kant. 
Franciscus, blijkens al zijn teksten en toespraken, beseft zeer helder dat een doctrinaire en autocratisch bestuurde kerk in een mondige wereld volkomen achterhaald is. Ook wees hij herhaaldelijk en scherp op haar evangelisch deficit. Uit ervaring weet hij hoe wereldvreemd het is letterlijk vast te houden aan sommige, vroeger geproclameerde standpunten van het leergezag. Bovendien hinderen ze de verkondiging van ‘de vreugde van het evangelie’. Hij wil die piramide dus omkeren. ‘Leken’, zijn geen onderdanen, maar evenwaardige partners. En de noden van de mensen, vooral van de armsten moeten het uitgangspunt worden van evangelisch handelen.

Een ‘lerende’ kerk

Dat alles leidt onvermijdelijk tot een conflict met de bestaande (pik)orde. In plaats van: ‘kom naar ons luisteren’ (onderverstaan: wij weten het) wordt het: ‘ga luisteren en hoor goed wat ze zeggen’. Christenen, ook het (leer)gezag in de kerk, hebben als opdracht te ‘leren’ (4). Wat heb ik, wat hebben wij, geïnspireerd door de Geest van Jezus, te doen in het licht van de noden van hongerige, dorstige, gevangen, zieke, naakte, vreemde (in letterlijke en figuurlijke zin) mensen? 
De kern van het conflict is dus de focus van de kerk. En daarom ook van de aard en de uitoefe-ning van het ambt in de kerk.

Ongehuwde mannen over het gezin

Natuurlijk lag het voor de hand gehuwden, mannen en vrouwen, uit te nodigen voor de synode en hen vrijuit te laten spreken. Laten we aannemen dat dit in de meeste gevallen ook gebeurd is. Maar die vrouwen en mannen keken aan tegen een overgrote meerderheid van bisschoppen en, zonder stemrecht, hebben ze zich onvermijdelijk ook ‘excuustruus’ gevoeld. Kan je daarenboven als goed gevormde christen en gehuwde man of vrouw, iets anders dan de representativiteit van bisschoppen, meestal oudere, ongehuwde mannen zonder gezin, in twijfel trekken als het over huwelijk en gezin gaat? Wie gelooft nog dat bisschoppen daarover het laatste woord moeten hebben? Het autoriteitsargument dat dit toch een ‘bisschoppensynode’ was, kan door onze tijdgenoten alleen als een cirkelredenering (5) begrepen worden.

Bisschoppen: representatief en vrij spreekrecht?

Mag ik aannemen dat er een meerderheid onder de bisschoppen is die geleerd heeft hun eigen meningen én positie bij te stellen in open discussies met gelovigen, met elkaar, laat staan met de ‘paus’? ‘Meningen’ én ‘positie’ zijn altijd samen in het geding omdat elke communicatie zowel een inhoudelijke boodschap als een relationele positie ten opzichte van de ander definieert. Die laatste luidde jarenlang: Rome is de baas en (ook al is het misschien tegen mijn zin) ik, bisschop, zal in het openbaar zeggen en doen wat Rome verlangt en jullie (‘leken’) ook. Is er een andere samenvatting van 45 jaar IPB in Vlaanderen?
Kortom, de bisschoppen ‘krijgen’ nu vrij spreekrecht. Waarom hebben ze dat jarenlang niet zelf opgeeist? Nu ‘mogen’ ze.
Wat gebeurt er als straks misschien weer een autoritaire bisschop van Rome gekozen wordt?
De bisschop van Rome is de enige die nog verkozen wordt. Tot in de vijfde eeuw koos de plaatselijke christelijke gemeenschap zelf haar bisschop. Dat garandeerde zijn empirische represen-tativiteit en relatieve autonomie. Franciscus doet een toe te juichen poging om de bisschoppen opnieuw als echte ‘pares’, ‘gelijken’, te zien. Hij wil hun representativiteit versterken en de di-versiteit erkennen door hen beter naar hun ‘kudde’ te doen luisteren: organiseer diocesane synodes en bisschoppensynodes per land, per continent. En luister, hoor, zie en (h)erken wat christenen, van onderuit, nu reeds doen, maak het sterker, ondersteun het. En beslis samen met hen. Zijn de meeste ambstdragers, bisschoppen en priesters, daar klaar voor, als ze er al toe bereid (of c.q. bekwaam) zijn? 

Geen priester, geen kerk?

M.i. wijst Franciscus ook een andere weg dan degene die de Vlaamse bisdommen zijn ingeslagen met het stichten van ‘pastorale eenheden’. Deze worden georganiseerd rond de overblij-vende priesters. Hierdoor versterkt men de overtuiging dat een christelijke groep of gemeenschap, ja, de kerk, eigenlijk niet bestaat zonder priester aan het hoofd. Minstens impliciet is de boodschap: geen priester meer, geen kerk meer. Is het smoren van initiatieven, verantwoordelijkheden van ‘leken’ afnemen, gebedsdiensten op zondag verbieden, differentiatie van het ambt tegenwerken gewild beleid of ‘collateral damage’?
Uit de enquête van het IPB, voorgesteld op 24 oktober ll., werd heel duidelijk dat een levendige christelijke gemeenschap bijzondere kenmerken heeft (6). Een pastoor aan het hoofd ervan is daar niet bij.
De kerk, als levende gemeenschap, kan alleen van onderuit opnieuw opschieten, als een ‘weke waterscheut aan de stronk van Jesse’ (naar Jes: 11, 1;). 

We hoeven zelf niet langer te wachten om de piramide op haar kop te zetten: ‘piramide capovolta’. 

----------------------------
(1) Op de jubileumviering van de synode zei Franciscus: ‘Ma in questa Chiesa, come in una piramide capovolta, il vertice si trova al di sotto della base.’ ‘Maar in deze kerk bevindt de top zich, zoals bij een omgekeerde piramide, onderaan.’
(2) Letterlijk zei hij: ‘De synodale weg begint met naar het volk te luisteren dat zelf zuiver participeert aan de profetische functie van Christus (verwijzing naar Lumen gentium, Vat. II), en dit volgens een principe dat aan de kerk van het eerste millenium zeer dierbaar was: “Quod omnes tangit ab omnibus tractari debet”(Wat allen raakt, moet door allen behandeld worden)’.
(3) O.l.v. Leonardo Boff verklaarden Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheologen hun steun aan Franciscus: ‘Dierbare paus Franciscus, in Latijns-Amerika en de Caraïben en elders in de wereld volgen velen van ons met bezorgdheid de sterke weerstand en aanvallen van een conservatieve, maar machtige minderheid die zich van binnen en buiten de kerk tegen u verzetten. Met verstomming zijn wij getuige van iets dat de laatste eeuw ongezien is: conservatieve kardinalen komen in opstand tegen de manier waarop de paus de synode en vooral de universele kerk leiding geeft.’ (Kerknet)
(4) Het Nederlands heeft hetzelfde woord voor ‘onderwijzen’ en ‘zelf leren’. Het gaat hier om ‘zelf leren’; ‘discere’ ipv ‘docere’ (lt.), ‘to learn’ ipv ‘to teach’, ‘lernen’ ipv ‘lehren’.
In zijn toespraak bij het gouden jubileum zei Francuscus: ”De ‘sensus fidei’ verbiedt een strenge scheiding tussen de ‘docerende kerk’  (ecclesia docens = de bisschoppen en paus, nvdv) en de ‘lerende kerk’ (ecclesia discens = de leken; nvdv) omdat ook de Kudde een eigen ‘neus’ heeft om de nieuwe wegen te onderscheiden die de Heer voor de kerk opent.”
(5) Een zgn. ‘petitio principii’: het uitgangspunt bevat al de conclusie. Bovendien: Thomas van Aquino (werd me ooit verteld) leerde dat een ‘argumentum auctoritatis est infirmissimum’, een gezagsargument is het allerzwakste.
(6) Zie voor een verslag: www.ipbsite.be

Klik hier voor een printervriendelijke versie 

Dani R. Leroy
ter discussie
06.12.2015

« Terug naar de koffer

Vertel het verder: