Boekbespreking - Van ambt tot voorganger

Bespreking door Arseen De Kesel van het boek "Van ambt tot voorganger. Voorbij de crisis in de kerk?" - Leroy Daniël R.,  (Gent, 2017, eigen beheer, 128 p.)

Deel I : Samenvatting van het boekje

1. Kerk in crisis (blz. 12-17) 

- Geen priesters meer. Er is een groot priestertekort. De auteur woont in het bisdom Gent en geeft een overzicht van het aantal priesters met leeftijdscategorie. Er zijn nog 6 priesters onder de 45 jaar. Reeds vele jaren werd er op het priestertekort gewezen, maar men bleef vasthouden aan mannelijke celibatairen. Wel werden inspanningen geleverd naar diakens (sinds 1967), parochie-assistenten en pastorale werk(st)ers (sinds 1990), godsdienstleerkrachten (sinds 1960) en belangstellende leken. Maar de leiding van de parochie en de eucharistieviering bleef voorbehouden aan de priester. 

- In de tweede helft van de 20ste eeuw veranderde de samenleving grondig door allerlei factoren (secularisatie, technologie, communicatiemiddelen...). De volkskerk verdampte. Er vond een grote ontkerkelijking en ontkerstening plaats.

- Verschillende binnenkerkelijke oorzaken versterkten de crisis: mythologische geloofsformuleringen met de corresponderende godsbeelden, de letterlijke interpretatie van de bijbel en de dogma's, Humanae Vitae (1968), het in ongenade vallen van Suenens in Rome (1969), het autocratisch bestuur van Rome. 

- Er is een lichtpunt: Franciscus, bisschop van Rome. Maar wat na hem? 

2. Structuurhervorming als antwoord (blz. 18-31) 

Kerkenplannen worden opgesteld. Hierin wordt de bestemming bepaald. Zie Richtlijnen van de Vlaamse bisschoppen voor het gebruik van de parochiekerken (8 nov. 2012). Dan is er de oprichting van nieuwe parochiefederaties of pastorale eenheden. Er zijn twee strekkingen: de parochies fuseren of de pastorale eenheid ondersteunt de parochiekernen; een centraal aangestuurde éénheid of een netwerkstructuur. Verder wordt een centrumkerk aangewezen waar 's zondags de eucharistieviering zal plaatsvinden. Hierbij zijn verschillende opties: enkel op zondag wordt de eucharistie gevierd of bestaat de mogelijkheid om in verschillende parochiekerken van de pastorale eenheid de eucharistie te vieren. In de parochiekerken waar geen eucharistie wordt gevierd, mogen geen gebedsdiensten plaatsvinden. Er is wrevel en ongerustheid bij veel parochiekernen over welk lot hen te wachten staat: zullen ze verder kunnen blijven werken of zullen ze moeten verdwijnen? Het is vooral dit laatste dat Daniël Leroy ertoe heeft aangezet om het boekje te schrijven. Zie blz.27: "Tot hiertoe is er weinig openlijk georganiseerd verzet van leken tegen de voorgenomen gang van zaken... En soms hoor je: Als ze onze kerk sluiten, huren we een zaaltje om bijeen te komen." Op de huidige dienstdoende priesters weegt een loodzware taak: hij moet een kerk voor allen zijn en van hem wordt verwacht dat er elke zondag een kwalitatief hoogstaande eucharistieviering plaats vindt. De structuurwijzigingen zijn doorgevoerd rond de centrale positie van de nog beschikbare celibataire mannelijke priesters. Maar deze oplossing biedt geen toekomstperspectief.

3. Kritische beschouwingen (blz.32-39) 

Daniël Leroy werkte vijftien jaar lang als agoog o.a. rond organisatieontwikkeling in scholen. Hij bekijkt de herstructureringen en het effect die ze hebben op wie erbij betrokken is. 

- De hervorming is drastisch. Dergelijke hervormingen gaan vaak gepaard met dwingende sturing. Twee vragen stellen zich hierbij: (1) in welke mate ervaren de betrokken christenen die aangewende macht als legitiem; (2) zijn zij het eens met de opgelegde veranderingen. Tegenover leken heeft de kerkelijke overheid bijna geen kerkrechterlijke macht. Ze moet een betrouwbaar gezag zijn. De kerkelijke overheid moet op instemming van haar basis en op consensus kunnen rekenen. Wie dichtbij de hervormingen staan, vinden ze pijnlijk, noodzakelijk en positief. Bij wie wat verder af staan, is er veel argwaan. Is de beste oplossing gekozen. Neen, want de structuur van het celibataire mannelijke priesterschap wordt bevestigd en er komt geen gesprek over het personeelstekort. Centraliseren en schaalvergroting is niet wat de meerderheid van de geëngageerde gelovigen verkiest. De actiefste parochiekernen willen zelfstandig doorgaan. Maar het beleid ziet hen vaak over het hoofd en wil soms dat ze hun werking stopzetten. Dat wekt veel frustratie. 

- Er is een tegenstrijdige visie op het ambt, de kerk en haar toekomst. Op blz. 35 lezen we zeer scherpe kritiek. Over het algemeen is Daniël Leroy in zijn beoordelingen genuanceerd en vriendelijk. Op deze pagina komt zijn verontwaardiging en frustratie tot uiting: "Is de schaalvergroting dan een strategische terugtocht naar een commandopost van waaruit generaals toch nog het hele geruïneerde terrein kunnen overzien? Een priesterlijk panopticum om het heersende hiërarchische kerkmodel te handhaven? Met name door het handvol gewijden alle controle over het instituut te geven en zo het sacraal-hiërarchische ambt voor de ondergang te behoeden?" 

- Vanuit de groepsdynamica en de organisatiekunde bekijkt Daniël Leroy de kerk als instituut. Vooreerst belicht hij het aspect bedrijfsblindheid voor om het even welke groep of instelling. Door succes en overmoed wordt een instelling of groep blind voor wat mank loopt. De bedrijfsblindheid van de kerkelijke overheid wordt verdoezeld door een theologie van haar bovennatuurlijke oorsprong waardoor ze een eeuwige garantie van haar bestaan krijgt (God laat ons niet verweesd achter en de kerk is niet van ons). 

4. Hiërarchische en sacraal (blz.41-59) 

Dit en volgend hoofdstuk vormen de cruciale hoofdstukken van het boekje. In het vierde hoofdstukje geeft de auteur ons een historische schets van de invulling van het leiderschap en de kerkorde. Hij besteedt hierbij veel ruimte voor de eerste vier eeuwen. Het uitgangspunt is: "De huidige gestalte van de katholieke kerk en het hiërarchisch ambt zijn het resultaat van eeuwenlange ontwikkelingen. Niets ervan valt rechtstreeks uit het Nieuwe Testament af te leiden." (blz.41). De "apostelperiode" (30-70 na Chr.) was wegens de verwachting van de wederkomst van Jezus niet van aard om in blijvend leiderschap en organisatie te investeren. De apostelen gedroegen zich als rondreizende filosofen of profeten. In de gemeenten ontstonden allerlei functies, naargelang de omstandigheden, maar dienstbaarheid aan de groep en de gelijkheid van de leden waren de kenmerken. De bekommernis ging om het fysieke instandhouding van de groep en de geestelijke doelen (geestesgaven). Met de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel loopt een periode af. De auteur vat de volgende periode op blz. 47 als volgt samen: "'Na de charismatische aposteltijd, op het einde van de eerste en het begin van de tweede eeuw vertonen christelijke groepen diverse, wat eenzijdige, deels tegenstrijdige organisatievormen; ook hun opvattingen over wat een gemeente hoort te zijn en het daarmee corresponderende gezag lopen uiteen." Vanaf de tweede eeuw rijst de vraag hoe de Jezusbeweging organiseren? En wie zegt dat het de juiste vormgeving is. De uitdaging is: hoe de groep in stand houden (de eenheid bewaren en gemeenschap stichten) en zijn doel bereiken. De plaatselijke gemeenten groeien uit tot stadskerken. Het hiërarchisch onderscheid tussen episkopen, presbuteroi , diakens en diakonessen dat Ignatius van Antiochië (rond 120 na Chr.) maakt, was bij het begin van de tweede eeuw zeker nog niet algemeen. De daaropvolgende jaren geraakt een episkopaal model van leidinggeven overal doorgevoerd. (blz.49) De stadskerk kiest een episkopos als leider, die vaak van elders komt. In de derde eeuw breidt het christendom zich uit. De christenen verwerven een belangrijke maatschappelijke positie omwille van hun voortreffelijke organisatie en moraliteit en krijgen daarenboven een sociale en economische betekenis. Twee culturen botsen tegen elkaar aan: de joods-christelijke en de hellenistisch christelijke die uitmondt in felle discussies en twisten over God en de persoon van Jezus Christus. Met Constantijn begon de christianisering van het imperium. Op het einde van de 4de eeuw werd het christendom staatsgodsdienst voor het hele rijk. Door die machtspositie veranderde op korte tijd spiritualiteit en theologie in een leer vastgelegd door de kerkleiding en doorgedrukt door de overheid. De maatschappelijke positie veranderde ook grondig de status, de rol en het zelfbeeld van de kerkleiding. (blz. 55) Naar het model van het Rijk werd de kerk een gehiërarchiseerde organisatie, van bovenuit tot stand komend. Dat alles heeft zijn invloed op theologie en liturgie. Er greep een imperialisering van het christendom plaats. Ieder kreeg zijn plaats en zijn functie in de gehiërarchiseerde maatschappij? Niemand kon zich eraan onttrekken. Er heeft een hiërarchisering van het priesterschap plaats. In plaats van vrije verkiezing door het volk, gebeurt de aanstelling van een bisschop via Gods vertegenwoordiger op aarde, een patriarch, een paus of een keizer. De pyramidale opbouw van de kerk werd een onderdeel van de middeleeuwse standenmaatschappij. Bovendien had een heidense sacralisering plaats. Het bevorderde de ontwikkeling van de koppeling van sacramenten aan het ambt en de sacramenten kregen een sacraal, magisch karakter. De priesters werden bemiddelaars die tegen betaling religieuze diensten verleenden?. Het onderscheid tussen priesters en leken kreeg een theologische fundering: het priesterschap maakte de priester essentieel en gradueel verschillend van de leek. 

5. Kerk:  'Lichaam van Christus' (blz. 60-70) 

De auteur inspireert zich op Paulus om de kerk te zien als 'Lichaam van Christus'. We komen bij een hoofdstuk, gewijd aan een theologie van de kerk als 'Lichaam van Christus', De auteur geeft ons een stevige brok theologie, vertrekkend van God als mysterie, via Christus tot ons. Ontmoetingen met het mysterie zijn sacramenten. Maar in sacrale rituelen wil men zich van het goddelijke verzekeren. Zo werden sacramenten vaak als sacrale rituelen benaderd en beleefd. De klemtoon werd gelegd op de juiste uitvoering van het ritueel omdat men geloofde in de magische kracht ervan. In het concilie van Trente werden zeven sacramenten vastgelegd. Aan de dogmatische verklaringen werden juridische en bestuurlijke maatregelen gekoppeld. Langzamerhand verloor men uit het oog dat de kerk in haar geheel sacramenteel is. Met Vat I (1870) werd de kerkelijke macht een monopolie van de paus en werd alles bij hem gecentraliseerd. Ondanks het mooie uitgangspunt van de kerk als volk van God werd het hiërarchisch model in Vat II (1962-1965) bevestigd en versterkt. Het ambtelijk priesterschap verschilt in essentie en gradueel van dat van het algemeen priesterschap van het volk van God. Hiertegen reageert de auteur dat deze benadering niet strookt met het NT en de praktijk van de eerste eeuwen. Twee theologieën die met elkaar botsen. 

6. Naar vandaag (blz. 72-83) 

"Kerk is: de gemeenschap van gelovigen. Tenminste als we gemeenschap begrijpen als een reële, ervaarbare gemeenschap, empirisch aanwezig op een plek en in een ruimere omgeving waar we dat geloof als levenshouding beleven." (blz.72). Die gebedsplek schept menselijke verbondenheid. Die plek afpakken is ontheemding. 

- De kerk als gemeenschap van gelovigen bestaat uit groepen, gemeenschappen met gevarieerde en specifieke functies waaronder een leider die van de groep is, maar ook ertegenover staat. Kerk is priesterlijk Godsvolk. Het heilige is onbemiddeld toegankelijk. Dat Godsvolk heeft een zending naar de wereld. Niemand kan zich Christus' werk aanmatigen, toe-eigenen. Er is een gelijkwaardige inbreng van een diversiteit van gaven, diensten en werken, gericht op het geheel. Vaak draaide het in de loop van de geschiedenis anders uit.

- De evolutie bij de verantwoordelijke organen verloopt uiterst traag. Het optreden van paus Franciscus is hoopgevend. De Duitse bisschoppen pleiten in een brochure voor een herlezing van de concilieteksten in het licht van de ervaringen en uitdagingen van vandaag. Er zijn ook tegenstemmen die de huidige vormgeving van de kerk verdedigen. Op blz. 81-83 vinden we de visie van de auteur. Christelijk geloven is niet zozeer een aannemen van waarheden, maar een beleven van de boodschap van Jezus. Er is eerst de gemeenschap. Daaruit ontstaan allerlei "ambten" voor het welzijn van de groep, opborrelend vanuit de de Geest van God. Op blz. 83 besluit hij: "Is er dan niets 'geopenbaard' over gezag in de kerk? Het Nieuwe Testament biedt enkele grondprincipes: niemand doet het in eigen naam; allen staan onder de boodschap; niet als de andere heersers; niet als de farizeeën; altijd als dienst aan de anderen; met erkenning en waardering voor de verscheidenheid; gericht op de eenheid en verbondenheid van allen; wie leidt, moet de Heer beminnen en zijn schapen; en nooit in de naam van, maar vooral zoals Jezus." Al de rest hangt samen met onze menselijke sociale conditie en is historisch en cultureel bepaald." 

7. Kerk met het oog op het Rijk Gods (blz. 84-94) 

De auteur stelt de vraag: "Een democratische organisatie? En onmiddellijk erop volgend: Hoe moeten de volgelingen van Jezus, de Christus, zichzelf organiseren?" (blz. 85) "Democratie in de kerk betekent dat alle gezag voortkomt uit de kerk als Lichaam van Christus en gericht is op het heil van allen." (blz.85) En verder de vraag: "Hoe kunnen kerken op lokaal, regionaal en internationaal vlak een voorbeeld van goede organisatie worden?" (blz.86). Door een open communicatie met respect en liefde voor elkaar en het subsidiariteitsbeginsel: wat een échelon zelf kan doet , doet het dan ook. Vanuit deze visie worden de gaven, diensten, en werken benaderd, ook het priesterlijk ambt, de roeping, de kandidaat en opleiding, het opnemen van een gedifferentieerde pasorale taak. De apostolische traditie wordt waargemaakt met een gekozen bisschop die garant staat voor de éénheid. 

8. En ondertussen? (blz.96-102) 

Er zullen christenen zijn die een mandaat zullen krijgen. Maar het belangrijkste komt nog en dit is de reden waarom de auteur dit boekje schreef: een verantwoording geven waarom parochiale kerngroepen moeten doorgaan nadat ze hebben afgewogen of ze voldoende draagvlak en over de mogelijkheden beschikken om door te gaan met hun zondagsvieringen (eventueel zonder bisschoppelijke toestemming). En tot de verantwoordelijken zegt hij: "haar tijdskrediet is opgebruikt... Het geduld met de kerkleiding is bij veel mensen helemaal op. Wij zijn de kerk."

Daarenboven zijn er in Vlaanderen groepen die sinds tientallen jaren hun 'eigen' weg gaan. 

De auteur doet een oproep aan priesters en bisschoppen om de plaatselijke parochiekernen te ondersteunen, evenals de voorgangers die de parochiekernen kiezen. En de auteur formuleert nog maar eens zijn standpunt: "De alles-of-niets priester moet vervangen worden door een veelvormigheid van kerkelijk gemandateerde voorgangers, voor vrouwen en mannen, gehuwden en ongehuwden, beperkt in tijd en ruimte, en vernieuwbaar." (blz.101). 

Deel II  Enkele bemerkingen naar aanleiding van het boekje. 

Algemeen

Het boekje  is prachtig opgebouwd en helder geschreven. Het is een pleidooi voor het bestaan van de plaatselijke parochiekernen en de basisgemeenschappen. De auteur  is deskundig in organisatieontwikkeling. De uitgelezen man dus om de thematiek van het sluiten van kerken en de vrees van parochiekernen om tot verdwijnen gedoemd te zijn te bekijken.  Wellicht vanuit zijn kennis  van de huidige stromingen in de organisatiekunde (een meer democratisch model) ziet hij in het model van Paulus die de gemeente als ‘Lichaam van Christus’ beschrijft, het aangewezen organisatiemodel  voor de kerk. Niet alleen het hiërarchisch karakter (van boven naar beneden) moest ontmijnd worden. (Terloops: hiërarchie komt van hiera archè – de auteur weet dat maar al te goed – betekent heilig  begin / hoofding. Hiërarchie kan dus twee richtingen uit : van boven naar beneden of  van beneden naar boven; er is altijd een hiërarchie binnen een groep). Ook het sacrale karakter van het ambtelijk priesterschap moest bekeken worden. Dat heeft de auteur dan ook theologisch bekeken.  

We mogen ons gelukkig prijzen dat we een deskundig iemand als de auteur hebben die de huidige structurele hervormingen vanuit organisatie-oogpunt bekijkt. Daarvoor heb ik de hoogste waardering. De auteur is theologisch sterk onderlegd. Daaraan twijfel ik geen ogenblik. Vandaar dat dit boekje in plaatselijke parochiekernen en in basisgemeenschappen zeer goed onthaald zal worden en terecht. 

Het probleem van de kerk is niet louter van organisatorische aard. Het christendom en alle geopenbaarde godsdiensten staan voor de uitdaging om hun theologisch erfgoed  fundamenteel te herdenken. Dat is een werk van generaties.  Parochiekernen en basisgroepen worden met ernstige theologische vragen van mensen geconfronteerd waarbij we vaak het antwoord schuldig moeten blijven (of ik althans toch). Ik hoop dat vanuit de concrete mensen, de parochiekernen, de basisgemeenschappen en de professionele vrijgestelden (exegeten, theologen) een nieuwe ‘theo’logie kan opgebouwd worden. 

Vertel het verder: